top of page

Adviezen van experten

Onderstaande adviezen komen voor uit een expertbevraging van elf medewerkers van verschillende leersteuncentra en Centra voor Ambulante Revalidatie in Vlaanderen. 

De expertbevraging vertrekt vanuit een gespecialiseerde ondersteuningscontext. Allen hebben jarenlange ervaring in het werken met kinderen met een autismespectrumstoornis. De adviezen werden bewust geformuleerd met de dagelijkse klaspraktijk als focus: wat is haalbaar, laagdrempelig en effectief voor leerkrachten zonder gespecialiseerde opleiding?

Ken het niveau van je leerlingen

Voordat je aan de slag gaat met sociale vaardigheden, is het belangrijk om zicht te krijgen op het sociaal-emotionele ontwikkelingsniveau van je leerling. Dit niveau wijkt bij leerlingen met ASS vaak sterk af van het cognitieve niveau. Een leerling kan intellectueel sterk zijn, maar sociaal-emotioneel functioneren als een veel jonger kind. Hoe beter je dit in kaart brengt, hoe gerichter en realistischer je kan werken.

​

Praktische tips:

  • Observeer je leerling bewust tijdens ongestructureerde momenten zoals de speeltijd: wat loopt er moeizaam, wat gaat spontaan goed?

  • Bespreek met collega's, ouders en het CLB wat zij observeren buiten de klas

  • Gebruik de zeven fasen van de sociaal-emotionele ontwikkeling volgens Anton Došen als vertrekpunt, dit geeft je een concreet beeld van op welk niveau je leerling functioneert en welke doelen realistisch zijn

  • Stel jezelf de vraag: "Wat verwacht ik van deze leerling en past die verwachting bij zijn of haar sociaal-emotioneel niveau?"

​

Onthoud: gedrag dat lastig lijkt, is vaak een signaal dat de verwachtingen te hoog liggen. Zoek eerst de verklaring voor het gedrag voor je naar een oplossing springt.

​

 

Werk met kleine, vaste routines

Geen enkel kant-en-klaar programma past voor alle leerlingen. Wat wel werkt: kleine, consequent ingeoefende sociale routines die dagelijks terugkeren. Sociale gedragsregels moeten net zoals academische regels worden aangeleerd, herhaald en nageleefd. 

​

Praktische tips:

  • Start of sluit elke dag af met een proactieve cirkel: vijf minuten waarbij elke leerling om beurten kort iets vertelt. Dit oefent luisteren, beurtnemen en interesse tonen in een veilige, vaste context

  • De proactieve cirkel kan ook na de speeltijd plaatsvinden om te overlopen wat er tijdens de speeltijd is gebeurt en of er zaken beter zouden kunnen

  • Maak vaste afspraken rond groepswerk en herhaal deze elke keer opnieuw, ook als de klas ze al kent. Later kan de klasgroep laten vertellen wat de afspraken zijn

  • Gebruik de gouden weken aan het begin van het schooljaar bewust om sociale routines en klasafspraken in te oefenen, ook kleine activiteiten van vijf minuten tellen mee

  • Wees consequent: als een afspraak geldt, geldt ze altijd, ook op drukke of moeilijke dagen

​

Tip: een routine werkt pas echt als ze wordt gedragen door het hele schoolteam. Spreek klasoverstijgende afspraken af zodat leerlingen overal dezelfde verwachtingen tegenkomen.

​

​

Leren door te doen

Sociale vaardigheden blijven het best hangen wanneer leerlingen ze kunnen oefenen in betekenisvolle, echte situaties, niet louter via theoretische lesjes. Leerlingen met ASS leren alles in apart deeltjes en leggen moeilijk verbanden tussen contexten. Hoe dichter de oefening bij de echte situatie aansluit, hoe minder transfer nodig is.

​

Praktische tips:

  • Gebruik gezelschapsspellen als oefencontext: beurtnemen, verliezen, compromissen sluiten en overleggen komen er allemaal aan bod op een motiverende manier

  • Kies voor ervaringsgerichte werkvormen zoals een groepsopdracht in de sportzaal, een kookopdracht of een zoektocht, sociale vaardigheden worden zo geoefend in een echte context

  • Bespreek achteraf kort wat goed ging en wat minder (in hetzelfde format als de proactieve cirkel): "Wat ging er goed? Wat was moeilijk? Wat kunnen we volgende keer anders doen?"

  • Geef directe, positieve bekrachtiging op het moment zelf: "Jullie hebben dat super goed gedaan, dat mag je ook bij andere kinderen proberen"

  • Vermijd te lange theoretische uitleg vooraf, leg kort uit waarom iets belangrijk is, en ga dan meteen aan de slag. Geef hier en daar een herinnering waar nodig, maar hou het kort

​

!Sociale vaardigheidstraining die louter op papier of via rollenspelen in een aparte ruimte gebeurt, heeft weinig effect als er geen transfer wordt gemaakt naar de echte klas- en speelplaatscontext.

​

 

Maak het zichtbaar

Veel sociale verwachtingen zijn voor neurotypische mensen vanzelfsprekend, maar voor leerlingen met ASS zijn ze dat niet. Wat impliciet is, moet expliciet worden gemaakt. Visualisatie helpt leerlingen om sociale situaties te begrijpen en er op een voorspelbare manier op te reageren.

​

Praktische tips:

  • Hang pictogrammen aan de bank die sociale situaties verduidelijken: hoe vraag je hulp, hoe wacht je je beurt af, hoe reageer je als iets niet lukt

  • Gebruik een gevoelensthermometer of check-inkaart waarmee leerlingen tijdens de dag aangeven hoe ze zich voelen, dit geeft jou als leerkracht waardevolle informatie en maakt gevoelens bespreekbaar

  • Maak een visueel stappenplan voor groepswerk en hang dit zichtbaar op tijdens de opdracht

  • Teken of schets mee tijdens een gesprek over sociaal gedrag, dit helpt leerlingen om abstracte sociale situaties concreet te begrijpen

  • Gebruik sociale scripts of sociale verhalen voor situaties die zich regelmatig voordoen, zoals hulp vragen, reageren op een opmerking of omgaan met verliezen. Zorg dat deze situaties realistisch en veelvoorkomend zijn, zodat de leerlingen zich beter kunnen inleven en minder transfer nodig hebben

​

Tip: visualiseer niet alles tegelijk. Kies de picto's of hulpmiddelen die relevant zijn voor jouw leerling en de situaties die het vaakst voorkomen. 

 

​

Gebruik hulpmiddelen doelgericht

Hulpmiddelen zoals time-timers, stappenplannen en pictogrammen kunnen een grote ondersteuning zijn, maar ze zijn geen automatisch antwoord op elke uitdaging. Zet ze in waar nodig, en bouw ze geleidelijk af zodra een leerling ze niet meer nodig heeft.

​

Praktische tips:

  • Vraag jezelf voor je een hulpmiddel inzet: "Is dit nodig voor deze leerling in deze situatie?"

  • Bouw hulpmiddelen stap voor stap af: van een time-timer naar zelf naar de klok kijken, van een volledig stappenplan naar een korte herinnering, van een picto naar een woord

  • Vermijd overbelasting: een leerling die met te veel hulpmiddelen tegelijk wordt overstelpt, heeft meer te verwerken, niet minder

​

!Het doel is altijd toenemende zelfstandigheid. Een hulpmiddel dat nooit wordt afgebouwd, kan een leerling weerhouden van mogelijke groei.

​

​

Betrek de hele klas

Sociale interactie is geen eenzijdig probleem van één leerling met ASS, het is altijd een wisselwerking. Wanneer je inzet op de hele klas, creëer je een omgeving waarin sociale interactie voor iedereen veiliger en begrijpelijker wordt.

​

Praktische tips:

  • Gebruik klasbrede werkvormen zoals de proactieve cirkel, herstelgesprekken of het kikkerbecool-spel waarbij iedereen meedoet

  • Bespreek klassikaal hoe je omgaat met conflicten, verlies of meningsverschillen, zo normaliseer je moeilijke sociale situaties voor alle leerlingen

  • Installeer een buddy-systeem: leg op voorhand uit wie naast wie zit, wie naast wie in de rij staat en wie de vaste partner is bij bepaalde activiteiten

  • Sensibiliseer de klas rond diversiteit op een positieve manier, door psycho-educatie

​

 

Investeer in inzicht

Psycho-educatie: voor leerkrachten, voor ouders én voor de leerlingen zelf , is één van de meest effectieve investeringen die je kan doen. Hoe beter iedereen begrijpt hoe autisme het dagelijks leven beïnvloedt, hoe gerichter er kan worden omgegaan met uitdagend gedrag.

​

Voor leerkrachten:

  • Leer de constructen achter autisme kennen: centrale coherentie, theory of mind, executieve functies, … als je begrijpt waarom een leerling het moeilijk heeft, kan je veel gerichter reageren

  • Volg een vorming rond de sociaal-emotionele ontwikkeling bij leerlingen met ASS, niet enkel over autisme in het algemeen

  • Betrek ouders actief: geef hen concrete handvatten mee zodat thuis en school dezelfde lijn trekken

​

Voor leerlingen:

Psycho-educatie voor leerlingen bouwt zich op rond vier thema's, afgestemd op het ontwikkelingsniveau van het kind:

​

Wat is autisme en wat is het bij mij?

Zichzelf beter leren begrijpen: wat zijn mijn sterktes, wat vind ik moeilijk en wat heb ik nodig?

​

Emoties herkennen en reguleren

Emoties bij zichzelf en anderen herkennen, begrijpen hoe ze zich in het lichaam uiten en leren omgaan met intense gevoelens.

​

Sociale relaties en gewenst gedrag

De ongeschreven, impliciete regels van sociale situaties leren kennen: vriendschappen maken, eigen aandeel zien, beurtnemen, conflicten oplossen en omgaan met meningsverschillen of verlies.

​

Weerbaarheid

Eigen grenzen kennen en bewaken, voor zichzelf opkomen en hulp durven vragen.

​​

!Psycho-educatie is altijd maatwerk. Vertrek vanuit de noden en het niveau van jouw klas.

​

​

​

​

​

Disclaimer: Deze adviezen zijn gebaseerd op praktijkervaring en zijn bedoeld als laagdrempelige richtlijnen voor leerkrachten. Ze vervangen geen gespecialiseerde begeleiding of diagnostiek. Voor individuele ondersteuning kan je terecht bij een leersteuncentrum of CAR in jouw regio.

Dit product kwam tot stand in het kader van de bachelorproef van Vermeulen Hayley in functie van het behalen van het diploma bachelor toegepaste school- en pedagogische psychologie aan de Hogeschool VIVES. Wil je graag gebruik maken van dit product, doe dit dan met respect voor de auteursrechten: vermeld steeds mijn naam, neem contact op voor toelating om dit product ruimer te gebruiken: hayley.vermeulen@student.vives.be

bottom of page